© Toneelhuis

Petra en Fiorela: ‘De gidsen komen ook naar voorstellingen, ze nemen zelfs hun familie mee.’

Al bijna 5 jaar geeft Petra Damen, publiekswerker bij Toneelhuis, taaloefenkansen aan mensen die Nederlands leren. Ze coacht anderstaligen om mee (stukjes) rondleiding te geven in de Bourla Schouwburg. Fiorela Valentin Vega is al 3 jaar zo’n anderstalige gids. Wat maakt dat het project een succes is?

Petra en Fiorela: ‘De gidsen komen ook naar voorstellingen, ze nemen zelfs hun familie mee.’

Al bijna 5 jaar geeft Petra Damen, publiekswerker bij Toneelhuis, taaloefenkansen aan mensen die Nederlands leren. Ze coacht anderstaligen om mee (stukjes) rondleiding te geven in de Bourla Schouwburg. Fiorela Valentin Vega is al 3 jaar zo’n anderstalige gids. Wat maakt dat het project een succes is?
© Toneelhuis

Tip 1: Sluit aan bij wat je al doet

In het begin organiseerde Toneelhuis taalworkshops voor groepen van 8 of 9 vrijwilligers. Ze oefenden intensief op stukjes rondleiding. Maar op een bepaald moment was er geen geld of tijd meer voor die workshops. ‘Toen hebben we voor minder deelnemers gekozen. Die hebben we individueel opgeleid,’ zegt Petra. ‘Dat deed ik zelf. En op het moment van de rondleiding sprongen de andere gidsen bij. We hebben gezocht naar manieren om aan te sluiten bij wat we al deden. Daardoor wordt het duurzaam.’ Losse projecten werken volgens Petra niet: ‘Ik geloof niet zo in één keer je huis openstellen om te helpen. Ik denk dat het pas effect heeft als je duurzame relaties met elkaar ontwikkelt.’ 

Tip 2: Zorg ervoor dat iedereen er iets aan heeft

‘Iedereen moet er iets aan hebben, anders houden projecten geen stand,’ zegt Petra. Ook vrijwilligers die al kunnen gidsen, kunnen blijven groeien, door bijvoorbeeld starters te coachen. Dat schept weer extra oefenkansen. ‘Het eerste jaar is heftig,’ herinnert ze zich. ‘Dan investeer je in een ploeg die op het juiste taalniveau komt om zelfstandig met je publiek te kunnen werken. Daarna ben je gelanceerd. Nieuwe mensen krijgen het goede voorbeeld van mensen die al ervaring hebben. Uiteindelijk moet je doel zijn dat je gids een betaalde functie heeft.’ Wat Toneelhuis eraan overhoudt? Petra glimlacht: ‘Een fantastische ploeg betrokken mensen die inmiddels Nederlands kunnen.’

Tip 3: Zet vrijwilligers in hun kracht

Tijdens Erfgoeddagen geven de anderstalige gidsen rondleidingen: ‘Dan komen er veel bezoekers van buiten Antwerpen. Iedereen kent de Bourla, tot diep in Limburg. Ze komen binnen en ze krijgen een rondleiding door mensen die niet in België geboren zijn, maar die meer weten over dat gebouw dan zij.’

Gelijkwaardigheid is altijd belangrijk geweest in Petra’s aanpak. In het begin vertelden de NT2-gidsen (die het Nederlands als tweede taal hebben) ook nog over theater in hun eigen land, maar dat doen ze nu niet meer. Als Nederlandse weet Petra waarover ze spreekt: ‘Ik word nog regelmatig aangesproken op mijn achtergrond. Natuurlijk voel ik me verwant met Nederland, maar op een heleboel vlakken echt niet meer. Behandel ik de NT2-gidsen niet hetzelfde als ik hun vraag naar de theaters in hun geboorteland? We zouden aan elkaar moeten vragen waar we naartoe gaan, niet waar we vandaan komen. Waar je naartoe gaat, daar kan je ook samen naartoe gaan. Dat is zoveel meer waard dan waarin je verschilt.’ 

Tip 4: Geef ze het gevoel dat ze erbij horen

Het Toneelhuis moet niet alleen een leer- en werkplek zijn voor de vrijwilligers, maar ook een thuis, vindt Petra: ‘Ik zet ze op de personeelslijst. Ze worden bijvoorbeeld uitgenodigd voor de premières, het personeelsfeest, de borrel met Kerstmis. Er is een prachtige uitspraak van de Canadese fotograaf Jeff Wall die zegt “Art doesn’t have to be for everyone, but it has to be for anyone.” Dat is een heel mooie nuance: wie wil moet ergens deel van kunnen uitmaken. Dat geldt ook voor mensen die nieuw zijn in Antwerpen: ze mogen zich de stad toe-eigenen.’ Die boodschap wordt gretig opgepikt: ‘Je ziet dat de gidsen ook naar voorstellingen komen, ze nemen zelfs hun familie mee.’ 

Tip 5: Zorg voor veiligheid

‘Ik dacht dat ik ging sterven,’ herinnert Fiorela zich van haar eerste gidsbeurt. Ze had wekenlang geoefend, zeker op de klemtonen en de uitspraak. Petra wist dat ze de rondleidingen goed moest kaderen voor de bezoekers: ‘"Jullie krijgen een rondleiding van een groep speciale gidsen die Nederlands willen oefenen", zeg ik dan. Het zou best kunnen dat de ou-klank of de v of de b-klank net iets anders klinkt dan je gewoon bent, dus doe extra moeite om te luisteren en als je het echt niet begrijpt, mag je het natuurlijk altijd vragen.’ 

Fiorela heeft nu veel meer zelfvertrouwen: ‘Ik ben van nature niet zo open. Als ik Spaans spreek komt de echte Fiorela naar boven. Taal gaat ook over je persoonlijkheid, niet alleen over grammaticaregels. Ik had lang het gevoel dat ik in het Nederlands dezelfde Fiorela ben, maar veel minder. Nu heb ik dat zelfvertrouwen ook in het Nederlands.’

Tip 6: Blijf haalbare doelen stellen

Petra blijft de gidsen stimuleren om hun Nederlands te verbeteren. Ze legt de lat hoog, zeker voor de gidsen die met de ploeg meedraaien: ‘Ik pas mijn spreektempo en mijn woordgebruik niet meer aan. Op dat moment hou ik geen rekening meer met hun NT2-achtergrond. Ik blijf me er wel van bewust dat ik bijvoorbeeld ook spreekwoorden zoals ‘voor de leeuwen werpen’ gebruik, maar ik zal ze niet langer vermijden.’ Blijven ze toch niet altijd de anderstaligen? ‘We noemen ze hier in huis nog altijd de NT2-gidsen, maar dat NT2, dat moet weg. Niet als je instroomt, dan ben je NT2-gids. Maar op termijn wel.’

Bekijk de video over de NT2-rondleidingen tijdens de Erfgoeddagen.

Bekijk ook